Een zware nacht, een lange nacht. Door het donker fiets ik slingerend naar huis. Wat deed ik daar? Waar ga ik naar toe?
Onzekerheid slaat over me heen en ik droom van een rustigere dag. Morgen, als de zon weer door de wolken breekt en ik in het park een boek mag lezen.
Wegdromend over een nieuwe dag, een nieuwe morgen. Weg uit de duisternis van deze nacht.
Tot morgen.
ik breek geen nacht
en geen rustige morgen
en als ik ben wat ik bewijs
mag ik geen dag
ik negeer het park
en de nieuwe nacht
en droom niet meer mee
met wat ik lees